25 mei 2004

Groeten uit de Filippijnen

Het is nog maar kort geleden dat jullie ons Australië-reisverslag hebben gekregen, maar ons bezoek aan de Filippijnen zit er alweer bijna op. Met vier weken is dit het kortste verblijf in een land tot nu toe deze reis. Niet dat hier niet genoeg te zien is, maar de regentijd en de bijbehorende tyfoons zijn gearriveerd, zodat wij het bij deze vier weken gaan laten.

REISROUTE
Manila - Donsol - Legaspi - Maasin - Loboc - Apo Island - Cebu City - Bantayan Island - Cebu City - Manila - Banaue - Manila

BELEVENISSEN
Het leek even een hele stap om ons gemakkelijke leventje in Australië te verruilen voor het ongeregelde avontuur in Azië, maar al binnen een uur na aankomst in Manila wisten we weer precies waarom wij zo van reizen in Azië houden: de lachende, behulpzame mensen op het vliegveld, de meneer van de Tourist Information die ons in een 'officiële airporttaxi' stopte die vervolgens eerst z'n vrouw ging oppikken bij een winkelcentrum, de chauffeur die steeds harder ging giechelen omdat hij de taxi niet kon starten maar er wel in slaagde het alarm een paar keer te laten afgaan, de kleurrijke chaos op straat.
Manila is een grote, drukke stad (10 miljoen inwoners) met grote tegenstellingen tussen arm en rijk: bedelaars zitten voor de luxe winkelcentra en sloppenwijken liggen naast moderne wolkenkrabbers.
Het verkeersbeeld wordt er bepaald door de vele jeepneys. Dit zijn kruisingen tussen een jeep en een minibus met achterin over de lengte twee banken. Ze zijn vaak bont versierd met veel glimmend chroom, toeters en schreeuwende of religieuze teksten. Ze rijden vaste routes en voor een vaste, lage prijs (€ 0.06) kun je in- en uitstappen waar je wilt. Naar Nederlandse maatstaven zouden er zo'n 12 personen in een jeepney passen, maar in de Filippijnen zijn dit er soms wel 35, de personen op het dak niet eens meegerekend.
Wij hadden Manila, na een bezoekje aan Intramuros, het oude Spaanse vestingdeel, wel gezien en namen een bus richting Donsol, gelegen in het zuidoosten van het eiland Luzon, het grootste van de ruim 7000 eilanden van deze archipel.
Donsol is één van de weinige plekken ter wereld waar je grote kans hebt om walvishaaien te zien, de grootste vissen die er zijn. De andere plekken zijn de Galápagos, maar daar waren wij in het verkeerde seizoen en west Australië's Ningaloo Reef, maar daar vonden we 200 euro per persoon wat veel voor een dagtour. In Donsol kun je voor een tiende van deze prijs met de walvishaaien zwemmen. Je gaat dan de zee op met een kleine prauw met onder andere een spotter die in de mast staat en een gids die met je meezwemt.
Zodra de spotter een donkere vlek aan het oppervlak heeft gezien, ga je met snorkelspullen aan op de rand van de boot zitten. Na een teken van de gids spring je het water in en zwem je zo snel mogelijk in de richting van de vis. Als je geluk hebt duikt hij niet meteen onder en kun je hem even zien, als je nog meer geluk hebt en hard kunt zwemmen, kun je een tijdje met hem meezwemmen. Wij hebben in totaal 14 keer een walvishaai gezien en met een aantal daarvan hebben we meegezwommen (foto hierboven is niet door onszelf gemaakt, maar lijkt wel erg op onze ervaring!). De vissen kunnen wel 18 meter lang worden, maar de exemplaren die wij zagen waren 5 tot 7 meter lang. Evengoed is het enorm indrukwekkend om zoiets groots zo dichtbij je in het water te zien. Bovendien zijn het ook nog hele mooie vissen: blauwgrijs met zilverwitte stippen, met een reusachtige haaienstaart en een ronde kop met een enorme bek waar je gemakkelijk in zou passen (gelukkig eten ze alleen plankton).
In het nabijgelegen Legaspi bekeken we de perfect kegelvormige vulkaan Mayon, die indrukwekkend boven de stad uittorent. We hebben hem maar een paar keer kort in volle glorie kunnen zien vanwege de vele laaghangende wolken.
Vervolgens namen we een nachtbus naar Maasin, twee eilanden verderop. Omdat het een doorgaande bus uit Manila was, konden we geen zitplaatsen reserveren, maar men had ons van tevoren verzekerd dat er waarschijnlijk wel plek zou zijn en dat er anders in de volgende stad, twee uur verderop, zitplaatsen vrij zouden komen. Toen de overvolle bus arriveerde werd dit bijgesteld tot drie steden, zes uur verderop. Ook dit bleek optimistisch, we hebben de hele reis, ruim 14 uur lang, in het volle gangpad moeten hangen. Gelukkig was er nog een onderbreking in de vorm van een veerboot. Ook dit was een chaotisch gebeuren. Iedereen stormde de bus uit en begon voor het loket te dringen en hoewel we groter en, met rugzakken op, breder waren dan alle Filippino's, lukte het ons maar moeizaam om onze plaats in de rij te houden. Wonderlijk, want de hele bus moest toch met dezelfde boot mee. Toen we uiteindelijk een kaartje hadden, bleken we nog twee kaartjes nodig te hebben, van loketten die nog niet open waren en bleek de boot bovendien pas twee uur later te vertrekken.
Hoe verder we van Manila afkwamen, hoe meer we ons in het traditionele Azië voelden: stenen huizen maakten plaats voor bamboe hutten, rijst en kokos lagen op straat te drogen, de heggen hingen vol met drogende was, de kinderen wezen en zwaaiden als ze ons in de bus ontwaar­den en het landschap was groen met veel kokospalmen en rijstvelden met waterbuffels.
We strandden in Maasin omdat de boot naar het volgende eiland, Bohol, maar één keer per dag ging. Maar dit vonden we niet erg, want voor het eerst deze reis hadden we een kamer met kabel-tv. En hoewel we tv kijken helemaal niet missen, was het toch heerlijk om een keer een middag voor de tv te hangen.
We keken vooral naar Discovery en NGC, waar we meteen weer een paar interessante nieuwe reisbestemmingen voorbij zagen komen.
De volgende morgen namen we de boot naar Bohol, 2½ uur varen over een gelukkig kalme zee, want de veerboot was niet wat je je daar in Nederland bij voorstelt, maar een wat grotere houten prauw. De belangrijkste bezienswaardigheid op Bohol zijn de Chocolate Hills, ruim 1200 losstaande, gelijkvormige, ronde heuvels van zo'n 50 tot 100 meter hoog. De meeste zijn begroeid met gras, wat aan het einde van de droge tijd bruin kleurt, vandaar de naam. Vanaf één van de heuvels keken we uit over het bijzondere landschap, daarna huurden we een brommertje met chauffeur en reden daar achterop tussen de heuvels door. Verder bezochten we in Loboc een opvangcentrum voor de zeldzame tarsiërs, spookdiertjes. Met behulp van een gids vonden we een paar van deze grappige, 10 tot 15 cm grote, aap-achtige diertjes met hun enorm grote ogen.
Na maanden behoorlijk intensief reizen waren we hard toe aan een paar dagen niks doen en de Filippijnen met z'n vele eilanden en stranden leent zich daar uitstekend voor. Wij kozen voor Apo Island, een klein eilandje ten zuiden van het eiland Negros en één van de beste plekken in de Filippijnen om te snorkelen.
Daar vonden we een bamboe hut onder de kokospalmen op een wit strandje aan een afgelegen baaitje. Het koraalrif was prachtig, veel verschillende soorten en vormen koralen in allerlei pasteltinten met erboven en ertussen enorm veel kleurige, tropische vissen.
Helaas moesten we na drie dagen alweer terug naar Cebu City om ons visum te verlengen. Bij aankomst in de Filippijnen krijg je namelijk gratis een visum voor drie weken en als je langer wilt blijven kun je dit verlengen bij het Immigratiebureau, uiteraard tegen betaling van een behoorlijk bedrag, inclusief een verplichte 'express-fee' om het visum nog dezelfde dag te krijgen.
Omdat we nog niet genoeg hadden van het relaxen, gingen we hierna direct door naar een volgend strandje, op Bantayan Island, ten noorden van het eiland Cebu. Ook daar namen we onze intrek in een bamboe hut onder de palmen op een wit zandstrand. Maar echt rustig is het hier nooit geweest, ten eerste omdat we er op vrijdag aankwamen en veel rijke Filippino's in de weekenden ook naar dit soort plekken afreizen en ten tweede omdat er op zondag een tyfoon voorbijkwam, waardoor er twee dagen geen boten voeren en alle Filippino's noodgedwongen op ons strandje achterbleven, luidruchtig barbecuend voor onze hut, ondanks regen en wind.
Toen de storm weer was gaan liggen, konden ook wij terug naar Cebu, op een overvolle boot op een nog nadeinende zee. Met een grote veerboot (model Stenaline, maar zonder de luxe) voeren we daarna in 22 uur van Cebu naar Manila.
Van daaruit namen we meteen een nachtbus naar Banaue, zo'n 300 km oftewel 10 uur (!) reizen ten noorden van Manila. Banaue ligt prachtig tussen steile bergen vol met rijstterrassen, waarop we vanaf het balkon van ons hotel een prachtig uitzicht hadden.
Een nog mooier uitzicht hadden we vanaf een hoger gelegen viewpoint, waarbij duidelijk werd waarom deze rijstterrassen op de Werelderfgoedlijst staan en ook wel het 8e wereldwonder worden genoemd. We gingen een dagje naar Batad, een dorpje 2 uur verderop, dat alleen lopend te bereiken is en dat temidden van een amfitheater van zo mogelijk nog hogere en steilere rijstterrassen ligt. We liepen er over de vaak glibberige randen van de terrassen en zwommen bij een mooie waterval.
En vannacht zijn we weer aangekomen in Manila.

HET WEER
De Filippijnen kent twee seizoenen, een natte en een droge tijd en wij zaten net op de overgang van droge naar natte tijd. Daardoor hebben we redelijk veel bewolking gehad en af en toe wat regen. Wel was het met zo'n 30°C heerlijk warm.
De natte tijd is niet de beste tijd om in de Filippijnen te reizen omdat er dan veel tyfoons voorkomen, in totaal zo'n 20 per jaar. Hierbij zinken altijd wel een paar veerboten en wordt er veel schade aangericht. Hoewel wij na vier weken in de Filippijnen nog lang niet uitgekeken waren, leek het ons niet verstandig veel langer te blijven.

BEVOLKING
Er wonen 85 miljoen mensen in de Filippijnen, van voornamelijk Maleise en Indonesische oorsprong.
De Filippijnen is het enige land in Azië dat overwegend christelijk is (90% van de bevolking), een gevolg van het Spaans koloniale verleden. Vrijwel iedereen spreekt redelijk tot goed Engels, een gevolg van het Amerikaans koloniale verleden, wat het reizen wel gemakkelijk maakt.
De mensen zijn vriendelijk en vrolijk, maar wat minder spontaan dan bijvoorbeeld de Indonesiërs. Toch kregen we al in het vliegtuig hiernaar toe het telefoonnummer van onze Filippijnse buurman, voor het geval we z'n hulp nodig zouden hebben. En dit was niet de laatste keer dat we nood-telefoonnummers aangeboden kregen.

VAN DE MENUKAART
Na vier maanden zelf koken hebben we nu weer elke dag in restaurants gegeten, waar de menukaarten overigens zonder uitzondering in vlekkeloos Engels waren opgesteld.
Er wordt in de Filippijnen veel rijst gegeten, vaak verrijkt met knoflook. Ook als ontbijt, hoewel er wel brood te koop is. Daarnaast wordt er veel vlees en weinig groente gegeten. Het meest bekende vleesgerecht is 'adobo', vlees gemarineerd in azijn, knoflook en sojasaus. Een lekker groentegerecht vonden wij 'pinakbet': pompoen, aubergine, ochra en sperziebonen in een saus met garnalenpasta, knoflook en gember. Ook wordt er veel Chinees gegeten en wij hebben regelmatig chopsuey, loempia en dimsum gehad. Regelmatig zie je hier ook gerechten met een lila-paarse kleur, variërend van soep tot ijs. Deze kleur komt van 'ube', een soort wortel.
Een echt Filippijns toetje is 'halo halo', geschaafd ijs (bevroren water) met daarop stukjes jelly, maïskorrels, jonge kokosnoot en fruit uit blik. Wij hebben het bij één poging gelaten...
De variatie aan fruit was niet zo groot als je in de tropen zou verwachten. Het is nu mangotijd en we hebben dan ook vrijwel iedere dag mango's gegeten, erg lekker en goedkoop (€ 0.45 / kilo).

KOSTEN
De Filippijnen was het goedkoopste land tot nu toe deze reis. Hotelkamers waren naar Aziatische maatstaven niet heel goedkoop, maar eten en openbaar vervoer waren dit wel. Ook internetten hebben we nog niet eerder zo goedkoop gedaan als hier: € 0.30 per uur.
Enkele andere prijsvoorbeelden:
- goedkope hotelkamer: € 2 - 4.50 p.p.
- goedkope warme maaltijd: € 1.50 - 2
- busreis: € 0.45 per uur
- veerboot Cebu - Manila (22 uur): € 20 p.p. op aircon slaapzaal inclusief 3 maaltijden
- 1 liter rum: € 0.90
- bioscoop: € 1 p.p. voor een nieuwe film

STEMMING
We waren alweer snel gewend aan het leven als rugzakreizigers en het beviel ons eigenlijk meteen weer goed, zeker voor de afwisseling: een beperkte hoeveelheid bagage, uit eten in plaats van zelf koken, bussen in plaats van zelf rijden en zachte matrassen in plaats van campingmatjes.
De Filippijnen is een gemakkelijk land om te bereizen. Wel viel het ons op dat er heel weinig andere buitenlandse toeristen waren, regelmatig zagen we dagenlang geen andere westerlingen. Deels komt dit doordat het land buiten zuidoost Azië's standaard backpackers-route ligt en omdat we hier aan het eind van het goede reisseizoen waren. Maar misschien dat ook de veiligheidssituatie wel een rol speelt. De laatste jaren zijn er hier veel ontvoeringen geweest en voor de zuidelijke eilanden geldt nog steeds een negatief reisadvies. Daar zijn wij dan ook niet geweest. In de rest van het land hebben we ons niet echt onveilig gevoeld.
Na negen maanden onderweg te zijn, is reizen nu echt ons gewone leven geworden. Bijna voor het eerst deze reis hadden we af en toe het reisgevoel van de vorige reis terug (het gevoel dat we lang aan het reizen zijn en alle tijd hebben). Dit komt voor een deel omdat we terug zijn in Azië maar vooral omdat we een aantal rustpauzes hebben ingelast, die ons hoge reistempo hebben onderbroken. Toch begint nu ook het gevoel te komen dat we al ver over de helft van de reis zijn en van veel dingen waarvan we dachten 'dat komt later deze reis nog wel' vragen we ons nu af of ze er nog van zullen komen.
We denken wel regelmatig aan Nederland. Vooral nu het voorjaar is missen we onze tuin en speculeren we over de kleur van onze klimroos die al een paar jaar in de tuin staat, maar die we nog nooit hebben zien bloeien.

WIST U DAT...

  • we in de Filippijnen waren ten tijde van de verkiezingen en dat deze niet helemaal zonder fraude en schandaaltjes zijn verlopen?
  • de burgemeester van Apo Island, waar wij ons hadden teruggetrokken, zo graag herkozen wilde worden dat hij op verkiezingsdag het hele dorp gratis eten aanbood?
  • er op het eiland Cebu een fraudegeval wel erg duidelijk was omdat een kandidaat 3000 stemmen meer had gekregen dan er kiezers waren opgekomen?
  • we de volgende zin tegenkwamen in het artikel 'How to detect fake money' in de Cebu Daily: "In light of the recently concluded elections, the public should know how to spot a fake from a genuine bill considering that most of them might have received money from politicians."?
  • er elke jaar wel een aantal veerboten zinkt in de Filippijnen, vooral door tyfoons?
  • we het draaien van de film 'The Perfect Storm' in een bus op weg naar een veerboot daarom een bijzondere keuze vonden?
  • de meeste bootreizen gelukkig wel beginnen met een gemeenschappelijk gebed voor een behouden vaart?
  • Gerbert een lokaal record heeft gevestigd door ruim 14 minuten mee te zwemmen met een walvishaai?
  • een toilet in de Filippijnen 'CR' oftewel Comfort Room heet?
  • het comfort in ieder geval niet in de hygiënische toestand van de toiletten te vinden was?
  • in de Filippijnen, naast het alom geliefde karaoke, ook de vele vechthanen voor geluidsoverlast zorgen?
  • we hier zelfs op de boot van Cebu naar Manila niet aan konden ontsnappen omdat er tientallen hanen aan boord waren die aan dek werden uitgelaten?
  • de belangrijkste activiteit voor de lokalen op deze boot het zoeken naar stopcontacten was voor het opladen van mobieltjes?
  • ook hier een groot deel van de bevolking de hele dag niets anders doet dan SMS-en?
  • Gerbert nog getennist heeft op Bantayan Island en wel tegen de burgemeester?
  • een gekantelde vrachtwagen op noord Luzon 's nachts werd gemarkeerd door een paar vuurtjes eromheen?

PLANNING
Donderdag vliegen we naar Hong Kong. Daarvandaan gaan we, na het regelen van een visum, overland China binnen. Hier willen we, inclusief een bezoek aan Tibet, zo'n twee maanden blijven.


Sige na muna vanuit de Filippijnen,

Gerbert en José