21 juli 2004

Groeten uit China

Bijna twee maanden hebben we rondgereisd in China. Omdat het land zo groot is, hebben we ons beperkt tot het zuidoosten en Tibet. En hoewel het reizen een stuk gemakkelijker was dan we verwacht hadden en het land een stuk moderner, hebben we ons toch regelmatig verbaasd over de gewoontes van z'n bevolking. Maar vooral hebben we genoten van de prachtige, gevarieerde landschappen.
Waarschuwing: sommige delen van dit verslag zijn minder geschikt om tijdens het eten te lezen!

REISROUTE
Hong Kong - Macau - Guangzhou - Yangshuo - Chengdu - Songpan - Chengdu - Lhasa - Shigatse - Everest Base Camp - Gyantse - Samye - Lhasa - Zhongdian - Tiger Leaping Gorge - Lijiang - Dali - Kunming

BELEVENISSEN
Met Cathay Pacific vlogen we naar het moderne, nette vliegveld van Hong Kong, waarvandaan we een bus naar Kowloon namen.
Hong Kong bestaat uit verschillende delen: Hong Kong Island (het Central Business District met z'n hoge wolkenkrabbers), Kowloon (het dichtbevolkte schiereiland ten noorden hiervan met z'n vele winkels), de New Territories en de Outlying Islands (in totaal meer dan 230 eilanden). Wij waren met name in Hong Kong om een visum voor China te regelen, het is de beste plaats om een visum voor langer dan een maand te krijgen. En in de vijf dagen dat we op ons visum moesten wachten, hebben we de stad bekeken. Hoewel grote steden meestal niet onze favoriete bestemmingen zijn, was het uitzicht vanaf Kowloon op de drukke haven en de wolkenkrabbers van Hong Kong Island erg indrukwekkend, zeker ook 's avonds. We liepen door de moderne winkelcentra vol designer-kleding en electronica-winkels, maar ook over de markten en door smalle straatjes vol Chinese uithangborden. De kleine winkeltjes daar stonden vol met grote zakken gedroogde producten: allerlei kruiden, paddestoelen, vogelnestjes, haaienvinnen, hagedissen, zeepaardjes, hertengeweien en schildpadschilden. Bij één van de winkeltjes zagen we veel Chinezen verschillende kruidendrankjes drinken die uit grote, koperen kannen geserveerd werden. Ze vertelden ons dat dit heel gezond was en daarom namen wij ook een glaasje. Het smaakte niet slecht en we zijn er in ieder geval niet ziek van geworden. Toen we genoeg hadden van alle drukte, namen we een boot naar één van Hong Kong's eilanden en maakten daar een mooie wandeling door een heuvelachtig landschap. We voelden ons ver weg van de grote stad, al zagen we naast verlaten strandjes en groene heuvels ook af en toe het drukke vliegveld liggen.
Toen we ons Chinese visum hadden, namen we een snelle boot naar Macau. Deze voormalige Portugese kolonie doet erg zuid-Europees aan met z'n pleinen, fonteinen, pastelkleurige koloniale huizen en kerken. Voor ons was dit even heel iets anders, alsof we terug waren in Europa en vooral ook lekker rustig en kleinschalig na Hong Kong.
En toen was het moment gekomen dat we echt China binnengingen. Want hoewel Hong Kong en Macau officieel wel bij China horen, hebben ze een min of meer zelfstandig bestuur en geen visumplicht voor ons. De grensovergang was totaal anders dan we van het overland binnenkomen van een land gewend zijn. Normaal gesproken zijn het een paar kleine hokjes langs de kant van de weg, maar dit was een enorm, modern gebouw dat meer aan een groot vliegveld deed denken, met wel 50 loketten en lange wachtrijen. Wij waren duidelijk niet de enigen die China binnen wilden, maar wel de enige westerlingen. En vanaf de grens was alles ook echt Chinees. Bij de 'information' werd alleen Chinees en gebarentaal gesproken en de geldautomaat ging na twee Engelse schermen ('please insert your card' en 'enter your pin number') verder in het Chinees. Met behulp van een vriendelijke, Engels sprekende Taiwanees kregen we toch onze yuans en vonden we de goede bus, die ons naar Guangzhou bracht.
China heeft veel grote steden met tussen de 5 en 15 miljoen inwoners (die 1.3 miljard Chinezen moeten toch ergens wonen) en Guangzhou is daar één van. De stad deed bij binnenkomst erg groot aan, eindeloze hoogbouw en veel smog, maar ook best modern, met winkelcentra, een splinternieuwe metro, parken en een boulevard langs de Pearl River. Toch vonden we nog wel een paar dingen die meer aan onze verwachtingen van China voldeden, zoals een marktje met bakken vol krioelende schorpioenen en slangen en een tempel in een parkje waar oudere Chinese mannen zaten te kaarten of hun gekooide zangvogels 'uitlieten'.
Vanuit Guangzhou gingen we een dagje naar Dinghu Shan, een beschermd natuurgebied in de bergen, met tempels en watervallen. We hadden verwacht daar rustig te kunnen wandelen, maar dat viel een beetje tegen. Het bleek een grote toeristenattractie te zijn met verharde wandelpaden en vooral heel veel Chinese toeristen. Toch was het ook wel een bijzondere ervaring, want omdat we de enige westerse toeristen waren, hadden we over gebrek aan belangstelling niet te klagen. Veel Chinezen wilden graag met ons op de foto of de paar woorden Engels die ze kenden op ons uitproberen.
Hoewel in China niet zoveel mensen Engels spreken en wij geen Chinees, hebben we ons over het algemeen toch goed kunnen redden. De Chinezen die wel Engels spreken komen graag verloren om zich heen kijkende buitenlanders te hulp, in hotels en op sommige busstations wordt wel wat Engels gesproken en anders hadden we altijd nog ons taalgidsje vol Chinese zinnen die we de mensen konden laten lezen. Er zijn meer dan 50.000 Chinese karakters en langzaam begonnen we er een aantal te herkennen, zoals ingang/uitgang, man/vrouw (bij toiletten), noord/zuid/oost/west en sommige plaatsnamen. Uitspreken van de woorden was een heel ander verhaal, want elke lettergreep kan op vier verschillende manieren (intonaties) worden uitgesproken. En hoewel we erg ons best deden en het voor ons wel aardig Chinees klonk, klonk het dat voor de Chinezen meestal niet en raden wat je dan wel bedoelt is niet hun sterkste eigenschap.
Vanuit Guangzhou namen we een nachtbus naar Yangshuo. Nachtbussen in China zijn meestal slaapbussen, ingericht met drie rijen smalle stapelbedden naast elkaar in plaats van stoelen. Dit lijkt misschien ideaal, maar hoeft dat in China niet te zijn, zeker niet als je een onderbed hebt. Chinezen hebben namelijk een aantal voor ons westerlingen wat minder hygiënische gewoontes. Eén daarvan is zeer regelmatig rochelen en het resultaat uit te spugen, ongeacht waar ze zich bevinden: in restaurants, winkels, treinen en dus ook vanaf het bovenbed in de bus. Naast deze categorie 'klein vloeibaar afval' kiepen ze ook ander afval (fruitschillen en -pitten, etensresten, kippenpoten, lege verpakkingen) zo op de vloer. Lege plastic flessen gooien ze gek genoeg liever uit het raam. Wij waren al blij dat we zelfstandig twee kaartjes voor de juiste bus hadden kunnen kopen, maar kwamen wel op twee onderbedden terecht...
Yangshuo is een toeristisch plaatsje dichtbij Guilin, gelegen aan de Li rivier, in een prachtig karstlandschap met rijstvelden en steile, vrijstaande krijtrots-pieken. We hebben er drie dagen gefietst. De eerste dag samen met Ying, een vrolijke, vriendelijke Chinese dame uit een klein dorpje uit de omgeving, die zichzelf Engels geleerd had en nu, naast het verbouwen van rijst, toeristen rondfietste om wat bij te verdienen. Ze leidde ons over smalle paadjes naar haar dorpje, waar ze heerlijk voor ons kookte en leerde ons onderweg ook nog wat Chinees. De volgende dagen fietsten we met z'n tweeën over dezelfde smalle paadjes tussen de rijstvelden, waar we de mensen en de buffels aan het werk zagen. Overal om ons heen stonden karstpieken, we staken een riviertje over op een bamboevlot en kwamen door kleine dorpjes waar we de weg vroegen. Ook maakten we nog een boottocht over de Li rivier, die tussen de steile karstpieken doorslingert. Echt een spectaculair landschap!
Vanuit Yangshuo namen we de bus naar Liuzhou en daarvandaan de trein naar Chengdu, een reis van zo'n 36 uur. Gelukkig zijn de treinen in China redelijk comfortabel, afhankelijk van de klasse die je boekt. Wij hadden een 'hard sleeper', een bed in een open coupé met in totaal zes bedden.
Chengdu's bekendste attractie is een opvang- en onderzoekscentrum voor reuze-panda's. Het was bijzonder om deze mooie, zeldzame beren in het echt te zien. En het was hier onmogelijk om niet aan het WNF te denken.
We gingen een dag naar Leshan om de grootste boeddha ter wereld te zien, een 71 meter hoog, uit de rotsen gehakt, zittend beeld dat dateert uit de 8e eeuw. En we waren er niet alleen: samen met honderden Chinezen stonden we bijna een uur in de rij om het smalle paadje naast de boeddha te kunnen afdalen, want naast z'n 7 meter lange oor wilden we ook z'n 8.5 meter lange grote teen wel van dichtbij bekijken. En we begrepen waarom we niet alleen waren, want het was best de moeite waard.
Ook gingen we vanuit Chengdu een paar dagen naar Songpan, in de bergen in het noorden van de provincie Sichuan.
Vlakbij lag een mooi nationaal park, Huanglong, waar we 's ochtends vroeg naartoe gingen. We liepen het aangelegde rondje langs watervallen en kalksteen-terrassen gevuld met blauwe, gele en groene meertjes, een bijzondere kruising tussen Pamukkale in Turkije en Orakei Korako in Nieuw Zeeland. We verbaasden ons over de grote aantallen dragers met draagstoelen langs de kant van het licht stijgende pad, maar 's middags begrepen we de bedoeling. Er arriveerden minstens 150 toerbussen vol Chinese toeristen, velen voorzien van een groot opblaaskussen gevuld met zuurstof (we zaten op ruim 3000 meter hoogte), waarvan een flink aantal gebruik maakte van de draagservice. Het was een wonderlijk gezicht: een hijgende Chinees, hangend in een stoel en happend naar zuurstof uit z'n kussen en voor en achter de stoel een hijgende drager. En toen we nog even terug wilden om een foto te maken, begrepen we ook waarom het in het park eenrichtingsverkeer was: het was onmogelijk om ons een weg te banen tegen de padvullende toeristenstroom in.
We hadden al gehoord dat de meeste Chinezen niet van paardrijden houden, dus om de drukte te ontvluchten boekten we in Songpan een tweedaagse paardentrektocht. Nu houden we erg van wandelen en hadden daarom nog niet vaak op een paard gezeten, maar we wilden het best een keer proberen. We gingen over smalle bergpaadjes met uitzicht op witte toppen, door bossen en langs bloeiende weiden. De steile afdalingen mochten we gelukkig lopen omdat die te glibberig waren voor de paarden.
We waren in totaal met ruim 20 paarden, 10 toeristen, 10 gidsen plus nog wat bagage-paarden. Gerbert had een klein paard dat niet al te snel was en moeite had om de stoet bij te houden. José had een temperamentvol exemplaar dat graag voorop liep en beet naar elk paard dat probeerde in te halen. We hebben elkaar dan ook niet veel gezien onderweg.
Aan het eind van de dag, toen we bij onze kampeerplek kwamen, kwam één van de toeristen bij het afstijgen ongelukkig onder haar paard terecht. Ze had veel pijn en wilde zo snel mogelijk naar een dokter in Songpan. Wij boden aan om met haar mee te gaan, maar omdat de paarden net waren vrijgelaten om te grazen, konden de gidsen er maar één vangen en moesten wij de eerste paar uur lopen. Dit vonden we helemaal niet erg en eigenlijk vonden we het zelfs jammer toen we, ongeveer halverwege, werden ingehaald door de gidsen met onze paarden. De volgende dag hebben we in de buurt van Songpan nog een mooie wandeling gemaakt en het aanbod van een gids van een passerende paardentrektocht om op één van hun paarden mee terug te rijden, hebben we vriendelijk afgeslagen.
Terug in Chengdu lagen de permits en vliegtickets voor Tibet, die we een week daarvoor hadden aangevraagd, op ons te wachten. Officieel is Tibet alleen toegankelijk voor georganiseerde groepsreizen. Individuele reizigers kunnen hier onderuit komen door zich door een reisbureau op papier bij een groep te laten aansluiten, die ze verder nooit zien. De Chinese overheid laat dit toe, waarschijnlijk vanwege het vele extra geld dat aan de permits wordt verdiend. Maar met deze permit ben je er nog niet, hij geeft je alleen recht om een vliegticket naar Lhasa, Tibet's hoofdstad, te kopen en een aantal 'vrij toegankelijke' plaatsen in de buurt te bezoeken. Voor het bezoeken van veel andere gebieden in Tibet is het voor individuele reizigers vaak moeilijk of onmogelijk om een permit te krijgen.
En op dinsdag 22 juni vlogen wij naar het dak van de wereld. Toen we het centrum van Lhasa binnenkwamen, zagen we vrijwel meteen het bekendste gebouw van Tibet, de Potala, liggen. Dit paleis van de Dalai Lama's is een enorm, wit, oker en terra-kleurig, fort-achtig gebouw dat op een heuvel ligt en boven de stad uittorent. Lhasa bestaat uit een Chinees en een Tibetaans deel en wij vonden een hotel in de Tibetaanse wijk. Het leek alsof we een hele andere wereld waren binnengekomen. Tibetanen zijn zeer gelovige boeddhisten en een belangrijk onderdeel van hun geloof is het maken van pelgrimstochten naar heilige plaatsen. De heiligste tempel van Tibet is de Jokhang tempel in Lhasa, die dan ook pelgrims trekt uit alle delen van Tibet. Zij lopen de kora's (pelgrimscircuits rond heilige plaatsen), gekleed in hun traditionele kleding die verschilt per streek, daarbij de gebedsmolen in hun hand ronddraaiend. Onze eerste middag in Lhasa brachten we door op een dakterras van een restaurant, met uitzicht op de Barkhor, de kora rond de Jokhang, waar we de pelgrims onder ons voorbij zagen trekken, een fascinerend gezicht.
Omdat Lhasa op 3600 meter hoogte ligt, krijgen veel mensen die er naartoe vliegen last van hoogteziekte door het gebrek aan zuurstof in de lucht. Omdat wij echter in Songpan al een tijdje rond de 3000 meter geweest waren, waren we al enigszins aan de hoogte gewend en hadden nergens last van. Wel kostte een lichte inspanning, zoals het oplopen van een trap, de eerste dagen wat meer moeite en moest je bovenaan echt even uithijgen.
Desondanks beklommen we de heuvel van de Potala, om dit indrukwekkende gebouw ook van binnen te kunnen bekijken. Het was er halfdonker, veel ruimtes werden verlicht door boter-kaarsjes en naast de ontvangstruimtes vol historische muurschilderingen waren er veel kapelletjes met grote beelden en stoepa's, soms bedekt met duizenden kilo's goud en edelstenen. Ook bekeken we de woonvertrekken die ooit door de huidige Dalai Lama gebruikt zijn. Al met al was het heel bijzonder, maar tegelijkertijd ook heel triest dat het gebouw niet meer gebruikt wordt waarvoor het bedoeld was en dat er in plaats van de Dalai Lama nu Chinese toergroepen rondlopen.
Als er één ding is wat China en Tibet gemeen hebben, dan zijn het wel de onvoorstelbaar smerige toiletten. Naar het toilet gaan is hier geen privé-aangelegenheid: deuren zijn er zelden, met een beetje geluk zijn er aan de zijkanten nog schotjes van ongeveer een meter hoog, maar soms is het ook één open ruimte. Het toilet zelf is vaak niet meer dan een open goot van twee tot tien meter lang, waar je op een rijtje boven hurkt. Mogelijkheden om te spoelen zijn er vaak niet en als er al wat water door de goot loopt, is dat meestal niet voldoende om de restanten van je voorgangers weg te spoelen (en als het wel voldoende is, zie je alles vlak onder je door drijven). Misschien is het daarom eigenlijk best voorstelbaar dat sommige mensen de goot te vies vinden om te gebruiken en er dan maar voor kiezen de vloer van het toiletgebouw te gebruiken. Dit betekent wel dat je bij binnenkomst iets beter moet uitkijken waar je loopt...
In de omgeving van Lhasa bezochten we twee kloosters, Drepung en Ganden. Een klooster bestaat in Tibet meestal uit een verzameling gebouwen: monniken-verblijven, verschillende tempels, stoepa's en de verzamelruimte, waar de monniken in hun bordeauxrode gewaden op kussens op de vloer bidden, mediteren en yakboterthee drinken. Het is vaak een wat donkere ruimte, verlicht door boterkaarsjes, waar lange, opgerolde, kleurige doeken vanaf het plafond naar beneden hangen tot zo'n twee meter boven de grond en waar langs de kant metershoge boeddhabeelden staan. Er komen veel pelgrims naar de kloosters toe. Zij offeren geld of gebedssjaals aan de beelden en houden de yakboterkaarsjes brandend door er meegebrachte yakboter bij te scheppen. En ze lopen de kora's die rond de kloosters zijn aangelegd. Vooral de kora van Ganden, die via een bergrug vol gebedsvlaggen liep, vonden wij erg mooi vanwege de prachtige uitzichten.
Vanuit Lhasa namen we de bus naar Shigatse, Tibet's één-na-grootste stad, een reis van zo'n 9 uur over de Friendship Highway, de grotendeels onverharde weg van Lhasa naar Kathmandu in Nepal. We reden door een erg mooi landschap: valleien met een patroon van groene graanvelden en felgele raapzaadvelden, droge, bruine heuvels en daarachter hoge, besneeuwde bergtoppen. Regelmatig passeerden we nomadententen en kuddes grazende yaks.
We wilden een trektocht lopen naar Everest Base Camp, maar daar hadden we een permit voor nodig. Die konden we in Shigatse vrij gemakkelijk regelen (= kopen). Een probleem in Tibet is dat er niet veel openbaar vervoer is en er ging geen bus naar het beginpunt van onze trektocht. Maar we hadden geluk, want we kregen een rechtstreekse lift van een lege landcruiser, die op weg was naar de Nepalese grens.
Hij zette ons aan het eind van de middag af op de Friendship Highway, bij de afslag naar Mount Everest. Daarvandaan was het ruim drie dagen lopen naar Everest Base Camp. We hadden deze trektocht gekozen, deels omdat we Mt. Everest ook graag vanaf de Tibetaanse kant wilden zien en deels omdat we onze kampeerspullen vanuit Australië naar huis gestuurd hadden en dit de enige trektocht is in Tibet die je zonder tent kunt lopen. We overnachtten in kleine dorpjes onderweg, één keer bij een Tibetaanse familie in huis, één keer in een eenvoudige lodge en één keer in een school. Over gebrek aan belangstelling hadden we niet te klagen, want hoewel er best veel toeristen naar Everest Base Camp gaan, gaan de meesten per landcruiser, dus de mensen in de dorpjes onderweg zien niet veel wandelende toeristen. Veel mensen die op de akkers aan het werk waren, staarden naar ons en als wij zwaaiden, groetten ze vrolijk lachend "tashi delek" (hallo). Mensen die ons op paarden voorbij kwamen, hielden in en bleven een tijdje naast ons lopen om ons wat beter te kunnen bekijken, mensen die voor ons liepen bleven soms op ons wachten zodat ze een stukje met ons mee konden lopen en tijdens een lunchstop kwam er een Tibetaanse man op een ezelkar voorbij, die afstapte, naast ons ging zitten en de hele lunch naar ons heeft zitten kijken. De route klom de eerste dag over een 5200 meter hoge pas, waarvandaan we 150 kilometer Himalaya hadden kunnen zien liggen, maar helaas zaten de hoogste toppen in de wolken. Daarna gingen we door brede valleien met veel akkerbouw en langs de kanten droge, bruine bergen. Pas op de laatste dag zagen we weer witte toppen liggen. De twee nachten daarna sliepen we bij het Rongphu klooster, dat zo'n zeven kilometer van Everest Base Camp vandaan ligt en een prachtig uitzicht heeft op Mt. Everest. Op een onbewolkte ochtend liepen we naar Everest Base Camp toe, met vrijwel continu de hoogste berg ter wereld in beeld. Everest Base Camp, op 5200 meter, lag er verlaten bij omdat het klimseizoen net was afgelopen, maar het uitzicht op Mt. Everest was schitterend. Aan deze kant van de berg lag meer sneeuw dan aan de andere kant, die we vier jaar geleden vanuit Nepal's Everest Base Camp hadden bekeken en het leek vanaf hier meer één groot massief. Terug in Rongphu hadden we opnieuw geluk met liften, want we vonden een landcruiser met nog wat ruimte in de achterbak die in één keer terugging naar Shigatse, een negen uur durende, wel wat oncomfortabele zit.
Vanuit Shigatse bezochten we nog het klooster van Gyantse, met z'n 35 meter hoge stoepa, die dateert uit de 15e eeuw en te beklimmen is tot de negende verdieping, waar je hem recht in z'n ogen kijkt. Gyantse had een leuk Tibetaans plaatsje kunnen zijn, ware het niet dat de Chinezen de vernieuwing van de riolering op typisch Chinese wijze hadden aangepakt: alle straten waren tegelijkertijd over de volle lengte en breedte opengebroken, wat nu, in de regentijd, nogal blubberige gevolgen had.
Het laatste klooster dat we in Tibet bezochten, was dat van Samye. Het is het oudste van Tibet en dateert uit de 8e eeuw. We overnachtten in een guesthouse op het klooster-terrein zelf. We maakten er een mooie dagwandeling naar een oude meditatiegrot in de bergen. Voor dit klooster was een permit verplicht, maar onmogelijk te krijgen voor individuele reizigers. We probeerden dus maar zo min mogelijk op te vallen en de politie te vermijden. Maar toen we op de terugweg op een bus naar Lhasa stonden te wachten, voelden we ons toch niet echt op ons gemak toen er een politie-auto vóór ons stopte en de agenten vervolgens een uur lang rond bleven hangen. Alle passerende bussen waren vol en de kans op een lift was nul omdat het voor Tibetanen verboden is buitenlanders mee te nemen. Nu maken ze normaal graag een uitzondering als je wat betaalt, maar niet als er politie naast je staat te wachten. Wonder boven wonder zijn we er zonder boete afgekomen.
Helaas zaten onze drie weken in Tibet er toen alweer op en we kochten 20 meter gebedsvlaggen en een vliegticket van Lhasa naar Zhongdian, in de Chinese provincie Yunnan. Het landschap daar was een stuk groener en er stonden weer bomen en heel veel bloemen. In Zhongdian staat het grootste Tibetaanse klooster van China buiten Tibet en hoewel we eigenlijk al wel genoeg kloosters hadden gezien, was er verder weinig te doen, zodat we toch maar even een kijkje gingen nemen. Wat een contrast met Tibet! In plaats van monniken en pelgrims liepen hier Chinese toergroepen door de tempels, zoveel dat we ons alleen voetje voor voetje konden verplaatsen. En hoewel we op veel plekken in China het gevoel hadden dat we er een paar jaar te laat waren, wisten we nu dat we in Tibet gelukkig nog net op tijd waren geweest.
Met 3900 meter is de Tiger Leaping Gorge één van de diepste kloven ter wereld en daar wilden we dan ook een tweedaagse wandeling gaan maken. Doordat het regentijd was, was er een aantal aardverschuivingen geweest en was de weg beneden door de kloof afgesloten. Wij liepen echter het hoge wandelpad, waar het daardoor heerlijk rustig was. Diep beneden ons zagen we de bruine, kolkende Yangtse rivier en ver boven ons, tussen de wolken door, de scherpe, meer dan 5000 meter hoge pieken van de Jade Dragon Mountains. Ons pad was een soort hoogtepad en liep door een alpien landschap met veel wilde bloemen, watervallen, kleine dorpjes en heel veel modder. Het was een prachtige wandeling.
Daarna gingen we naar Lijiang. Tot dan toe hadden we nog weinig China gezien zoals we ons dat van tevoren voorgesteld hadden: smalle steegjes, oude, lage huisjes met pagode-daken en kanaaltjes met bruggetjes. Lijiang deed hier wel een beetje aan denken, al was het helemaal gerestaureerd en heel erg toeristisch, inclusief de gebruikelijke hordes Chinese toergroepen. Maar wel erg sfeervol, ook 's avonds, met rode lampionnen aan de restaurants en brandende kaarsjes in de kanaaltjes. Een bijkomend voordeel van het toerisme was, dat we voor de afwisseling weer westers eten konden krijgen, zoals pizza's, appeltaart en lekkere koffie.
Verder naar Dali, nog een toeristisch plaatsje vol souvenirwinkels, pizzeria's en toergroepen. We bezochten hiervandaan een kleurrijke lokale markt een paar dorpjes verderop, waar de Bai-bevolking in felgekleurde traditionele kleding met manden op hun rug inkopen deed en spullen verkocht.
En nu zijn we in Kunming, de hoofdstad van Yunnan, waar we een paar dagen moeten wachten op ons visum voor Laos.

HET WEER
In China is het op dit moment zomer. De eerste paar weken hadden we heerlijk weer, zonnig en 25 tot 30°C. Maar toen we op grotere hoogte kwamen, met name in Tibet, was het eerder 15 tot 20°C. In de buurt van Everest Base Camp hadden we zelfs een paar keer nachtvorst, maar toen zaten we dan ook rond de 5000 meter hoogte. Vanaf de laatste week in Tibet begonnen we duidelijk te merken dat de regentijd was aangebroken. In het begin regende het nog vooral 's avonds en 's nachts, maar sinds we in de provincie Yunnan zijn, regent het ook veel overdag, helaas.

BEVOLKING
De Chinese bevolking was moderner dan we hadden verwacht, vrolijk, luidruchtig en behoorlijk open. Als ze een beetje Engels spreken, spuien ze graag al hun kennis (soms niet veel meer dan "hello, okay" of "good morning teacher") en als ze geen Engels spreken staren ze alleen maar, want ze zijn echt enorm nieuwsgierig.
In Liuzhou, een wat minder toeristische plaats, waren we bang dat we ongelukken zouden veroorzaken omdat iedereen die ons op een fiets passeerde bleef omkijken zolang ze ons konden zien. Als we in een restaurant voor een raam zaten, kwamen volwassen voorbijgangers regelmatig teruglopen om ongegeneerd vlak voor het raam te kijken wat er op onze borden lag. En het toppunt was wel dat mensen soms zonder kloppen onze hotelkamer binnenkwamen, alleen om even te kunnen kijken.
De Tibetanen zijn over het algemeen een stuk armer dan de Chinezen. Ze zijn heel vriendelijk en erg goedlachs en gaan nog vrijwel altijd traditioneel gekleed. De vrouwen dragen lange, bruine of grijze jurken met een kleurig gestreept schort. Veel mannen hebben een zwarte vlecht, die ze met rode draden om hun hoofd heen wikkelen.

VAN DE MENUKAART
Wij hebben in China heerlijk gegeten, maar wel anders dan wat je in Nederland bij de Chinees eet. Vaak aten we rijst met roergebakken groenten (zoals aubergine, bamboe-scheuten en verschillende soorten paddestoelen) of tofu. Ook hebben we een keer eend geprobeerd en in de provincie Sichuan een paar keer hotpot.
Dit is een soort fondue, maar dan in een zeer pittige bouillon, waarbij je schaaltjes groente en vlees bestelt, die je in één keer in de fondue doet en ze er vervolgens met je eetstokjes weer uitvist. De Chinezen zelf eten ook wel gerechten die voor ons heel bijzonder zijn, zoals varkens-darmen, kippentenen, koeienhuid, vissenkoppen, hond, maar gelukkig waren de menukaarten in veel restaurants waar wij aten voorzien van een Engelse vertaling, zodat we deze gerechten hoogstwaarschijnlijk hebben kunnen vermijden. Bij het eten krijg je vaak gratis een bodemloze kop groene thee of jasmijnthee en bodemloos betekent dat na elke slok die je neemt de kop weer wordt bijgevuld.
Chinezen zelf gaan vaak uit eten in grote groepen, waarbij ze met de hele groep een aantal gerechten delen en die met hun eigen eetstokjes uit de gemeenschappelijke schalen pakken (opscheplepels kennen ze hier niet). Het is vaak een luidruchtig gebeuren (zowel qua geschreeuw als qua geslurp) en als ze zijn vertrokken is een schoonmaakploeg wel een kwartier bezig om de tafel en omgeving weer enigszins toonbaar te krijgen: schillen, pitten, botten en etensresten worden overal neergegooid, om over de fluimen nog maar niet te spreken.
In Chengdu waren we op weg naar een lokaal restaurant, dat we niet konden vinden. Een Chinese voorbijganger die ons te hulp kwam, bleek naar hetzelfde restaurant onderweg te zijn en nog geen kwartier later zaten we samen aan een tafel, met daarop wat lokale specialiteiten die hij voor ons besteld had en aten we gezellig met z'n drieën met onze eetstokjes uit dezelfde schalen.
In Tibet hebben we af en toe momo's gegeten, gestoomde deegflapjes gevuld met groente. En soms aten we noodle-soep, ook erg handig als trekkingmaaltijd. Tibetanen zelf drinken de hele dag door yakboterthee, een mengsel van thee, ranzige yakboter, melk en zout. Wij hebben dit, net als ooit in Nepal, weer geprobeerd en ons nogmaals voorgenomen dat dit echt de laatste keer was.
Op de diverse menukaarten kwamen we de volgende bijzondere gerechten tegen (en die van het Frienbshit Resturant hebben we niet eens bekeken):

  • stareribs
  • bread with butler
  • malnuts
  • roast meat with toothpick
  • strange taste beans
  • bamboo shut
  • bread fast
  • fired veg
  • spenich graby

KOSTEN
China is niet zo goedkoop als andere Aziatische landen. Dit komt met name doordat hotels duur kunnen zijn, soms heb je weinig keus omdat buitenlandse toeristen nog niet altijd in alle goedkope hotels mogen. Daarnaast zijn ook entreeprijzen voor bezienswaardigheden erg hoog. Eten en openbaar vervoer zijn daarentegen goedkoop. Wel hebben we nogal wat geld uitgegeven aan met name kleding, die in China niet duur is én het naar huis sturen hiervan omdat de rugzakken echt niet meer dicht konden. Veel bekende, westerse buitensportmerken laten hun kleding in China maken en een klein deel hiervan komt op de lokale markt terecht tegen scherpe prijzen. Maar het grootste deel van dergelijke spullen in de winkels is namaak, soms overduidelijk ('waterpoof zipper', een broek met een Engelstalig label van een donsjack), soms nauwelijks van echt te onderscheiden.
Enkele prijsvoorbeelden:
- hotelkamer: variërend van € 1.50 tot € 10 p.p., gemiddeld € 4 p.p.
- goedkope warme maaltijd: € 1 - 2
- busreis: ongeveer € 1 per uur, d.w.z. per ca. 30 km
- treinreis van 36 uur inclusief bed: € 30 p.p.

STEMMING
We hadden al vaak gehoord dat China een moeilijk land is om in te reizen (taalbarrière, problemen om bus- of treinkaartjes te krijgen, hotels die verboden zijn voor buitenlanders), dus we vonden het wel een beetje spannend om het land binnen te gaan. Maar het viel erg mee, deze problemen bestaan nauwelijks meer in het China van 2004 en het reizen is niet heel anders dan in andere Aziatische landen.
China is een erg modern land geworden en dat was eigenlijk best een beetje een teleurstelling. De steden waren een stuk minder grauw dan we hadden verwacht, maar het vernieuwingsproces is ten koste gegaan van de karakteristieke steegjes en huisjes. Ook de bevolking zelf ziet er modern en westers uit.
Een ander nadeel, voor ons tenminste, is dat de Chinezen steeds rijker worden en massaal zijn gaan reizen in eigen land. Dit doen ze vrijwel altijd in toergroepverband: een hele kudde (die van de reisorganisatie allemaal dezelfde jas of pet heeft gekregen) volgt een bij voorkeur in klederdracht gestoken gids met een vlaggetje in de hand. Ze voelen zich vooral aangetrokken tot de attracties die de overheid promoot en die dan ook meteen overlopen worden door toeristen: wandelpaden in nationale parken doen meer denken aan Amsterdam op Koninginnedag. Desondanks is er enorm veel moois te zien in China en willen we graag nog een keer terug, maar nooit meer in de lokale zomer­vakantie.
Nu we bijna 11 maanden aan het reizen zijn, merken we wel dat bepaalde dingen die nu eenmaal bij reizen horen, ons wat meer gaan tegenstaan dan eerder in de reis: lange reizen in vieze bussen, minder fris ruikende kleren onder uit een rugzak zoeken en dragen, vieze douches en toiletten. Ook hoeven we wat minder nodig alle tempels in een stad te bekijken en kunnen we onze dagen gemakkelijk vullen zonder bezienswaardigheden. Toch kunnen we nog altijd uitkijken naar een mooie wandeling of een nieuw land.
Nu Nederland steeds dichterbij komt, beginnen we er ook meer aan te denken en praten we weer wat vaker over leuke dingen die we straks thuis weer kunnen doen.

WIST U DAT...
  • je in Hong Kong een boete van € 150 kunt krijgen voor het voeren van duiven en het spugen op straat?
  • bij een uitgang van een groot winkelcentrum in Hong Kong, zodra het buiten regent een bord 'warning, thunderstorm' wordt geplaatst, zodat men tijdig de paraplu kan trekken?
  • ook als het niet regent een paraplu in Hong Kong geen overbodige luxe is vanwege de vele op straat lekkende airco's?
  • we nogal wat opschudding veroorzaakten in een restaurant in Liuzhou toen een grote groep Chinese studenten met ons op de foto wilde en vervolgens in koor "Welcome to China!" riep?
  • er regelmatig mensen (en dan met name Tibetaanse monniken) stiekem aan Gerbert's armharen trokken om te voelen of ze wel echt waren?
  • kleine kinderen in China vaak geen luier dragen, maar broeken met een opengeknipt kruis?
  • de kinderen desondanks zorgeloos op de arm van hun ouders worden meegedragen?
  • de eigenaresse van een lodge in Tibet na het afleveren van een thermoskan met warm water nog even rochelde en het resultaat op de vloer van onze kamer spuwde?
  • toen wij naar de naam van een minstens 7000 meter hoge, besneeuwde berg vroegen, de chauffeur van de landcruiser zei: "mountain no name, not high enough"?
  • een vrachtwagenchauffeur op de Tropu La-pas een interessante methode had bedacht voor het koelen van z'n oververhitte motor?
  • hij reed met een open motorkap, die z'n gehele voorruit bedekte en hij zelf uit het zijraam hing om nog iets van de slingerende bergweg te kunnen zien?
  • een monnik in het klooster van Samye de zojuist geofferde gebedssjaals gebruikte als poetsdoeken?
  • China Southern Airlines de warme maaltijd vijf minuten voor het opstijgen van het vliegtuig serveerde?
  • ons een minuut later werd verzocht onze tafeltjes op te klappen?
  • we onze handen dus meer dan vol hadden tijdens het opstijgen?
  • de toiletten op het vliegveld van Zhongdian niet alleen geen deuren hadden maar ook nog een spiegelwand ertegenover, zodat je elkaar in ieder geval goed kon zien zitten?
  • (voor de Tukkers onder ons) de huizen in de provincie Yunnan een gevelteken aan de punt van het dak hebben hangen?
  • wij gisteren na 11 maanden twijfelen eindelijk een paraplu hebben gekocht?
  • we nu op straat het gevoel hebben dat we er helemaal bijhoren?

PLANNING
Vanmiddag krijgen we als het goed is ons visum voor Laos en morgen nemen we een bus naar de grens. We willen ongeveer drie weken in Laos blijven en daarna doorgaan naar Thailand.


再见 vanuit China,

Gerbert en José